• Velduil

    VELDUIL - ASIO FLAMMEUS

    De Velduil, die op de Ransuil lijkt, heeft zeer korte oorpluimpjes, die alleen bij opwinding zichtbaar zijn. De bovendelen van het verenkleed zijn donkerbruin en geelwit gevlekt. De onderzijde is witachtig geel met smalle donkerbruine lengtestrepen. De poten zijn van lichtgekleurde veertjes voorzien. Het opvallende citroengele oog is omringd door een krans van zwarte veren. De rest van de sluier varieert van beige tot bijna wit. De Velduil heeft een krachtige diepe vleugelslag, die hij afwisselt met een glijvlucht. De lichte onderkant van de vleugel heeft een zwarte polsvlek, die tijdens het vliegen goed zichtbaar is.

    Gedrag

    De Velduil is vooral in de schemering actief, maar hij wordt ook vaak overdag jagend waargenomen. De balts is indrukwekkend: de glijvlucht, hoog in de lucht, kan plotseling onderbroken worden door stootvluchten, waarbij de uil in een snel ritme de vleugels onder het lichaam tegen elkaar slaat (vleugelklappen). Tegelijkertijd laat het mannetje zijn gezang horen, dat bestaat uit een zacht en dof "boe, boe, boe, boe". Hetzelfde geluid laat hij in de baltstijd horen vanaf een verhoging (b.v. een duintop) of een paaltje.

    Verspreiding

    De Velduil is in Nederland een uiterst schaarse broedvogel. In West-Europa een zeldzame en onregelmatige broedvogel. In het noorden en oosten van Europa schommelen de aantallen broedparen van vele tienduizenden in goed woelmuizenjaren tot een tiende daarvan in slechte jaren. In ons land wordt het aantal broedparen geschat op 100 broedparen. De meeste broedparen komen voor op de Waddeneilanden. Na 1990 nam de Velduil sterk af tot zelfs geen enkel broedpaar meer in 2006. In 2008 hebben er weer een aantal paren met succes jongen groot gebracht. Het aantal paren buiten het Waddengebied is zeer sterk afgenomen. De velduil is niet het hele jaarrond aanwezig, hij is gedeeltelijk wegtrekkend.

    Biotoop

    Het leefgebied van de Velduil bestaat uit een open landschap met een weelderige vegetatie, die voldoende dekking geeft. Gebieden die in aanmerking komen zijn duinen, moerassen, opgespoten terreinen, heidegebieden, schrale ruige graslanden en verlande rietvelden. Het jachtgebied strekt zich uit, afhankelijk van de woelmuizenstand, tot enkele kilometers rond het nest.

    Voedsel

    De Velduil vliegt al jagend vrij laag boven de grond op een hoogte van 0,5 tot 3 meter. Langzaam vliegend zoekt hij de omgeving af. Een enkele keer staat hij "biddend" stil. Ook wordt er gejaagd vanaf uitkijkposten. Veldmuizen vormen de belangrijkste prooi (80-90%). Het menu wordt aangevuld met bosspitsmuizen, bosmuizen, konijnen en vogels.

    Voortplanting

    De Velduil is geslachtsrijp in het eerste levensjaar. Het nest wordt op de grond gemaakt in een kuiltje tussen de vegetatie. In april worden 4 tot 8 eieren gelegd. Het wijfje broedt alleen, terwijl het mannetje de wacht houdt. Indringers, zoals roofvogels, kraaien en vossen, worden aangevallen en verdreven. Het mannetje kan zeer agressief zijn tegen mensen, die het nest benaderen. Na 26 dagen broeden, komen de eieren uit. De jongen, die pas uit het ei zijn gekomen, wegen slechts 15 gram. Het zwarte masker rond de ogen is in de eerste week al zichtbaar. Wanneer de jongen 15 tot 17 dagen oud zijn kruipen ze al uit het nest en verspreiden ze zich in de omgeving ervan. Na 5 weken vliegen de jongen goed en ze trekken daarna vaak zeer ver weg. Velduilen kunnen 10 tot 12 jaar oud worden, maar de gemiddelde leeftijd ligt aanzienlijk lager.

    Bedreiging

    In vroegere jaren was de velduil niet zeldzaam en kwam hij voor in grote moerasgebieden van West-Europa. Dit gebied is door drooglegging en ontginning aan de Velduil ontnomen. Voor het behoud van de Velduil is het noodzakelijk de aanwezige biotopen te behouden en goed te beheren. Vooral de duingebieden op de Waddeneilanden, die als broedgebied geschikt zijn voor de Velduil, dienen volledig beschermd te worden in de broedtijd.
    De Velduil staat op de rode lijst onder de categorie "bedreigd en kwetsbaar".
    In Nederland vormen de agrarische werkzaamheden een grote bedreiging voornamelijk in Groningen en Friesland.

    Bronvermelding: Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland