• Torenvalk

    TORENVALK - FALCO TINNUNCULUS

    De Torenvalk is vooral bekend door het bidden (jaagt op muizen), dat je hem vaak langs de weg kan zien doen. Hij was lange tijd de talrijkste roofvogel, maar dat is nu de buizerd. Toch is het nog steeds een kenmerkende vogel van het open land in Nederland.
    Kleine valk met lange staart. Kenmerkende roodbruine rug in alle kleden. Man met grijze kop en grijze staart met zwarte eindband, vrouw met geheel roodbruine bovenzijde, inclusief sterk gebandeerde staart. Ondiepe, rustige vlucht, bidt veel. In silhouet is de lange staart kenmerkend, de vleugelpunten zijn minder spits dan bij andere valken. In zit steekt de staart ver voorbij de vleugelpunten. Korte tenen.

    Gedrag

    Een uitgesproken veldmuisjager, die graag in nestkasten broedt in open land. Als er weinig muizen zijn pakt hij ook wel jonge weidevogels of mussen. Pakt uitsluitend prooien van de grond.
    Torenvalken zijn in staat urinesporen van muizen te detecteren. Hierdoor kunnen ze snel populaties van muizen vinden en bejagen. Jaagt in lage, rustige vlucht, tijdens bidden en vanaf een zitpost.
    Pakt prooi van de grond na een stootduik, is niet snel genoeg om vogels in de lucht te slaan.
    Vooral bij het nest en tijdens de balts vocaal, verder tamelijk zwijgzaam. Meest gehoord is "kie-kie-kie-kie-kie-kie…"

    Verspreiding

    Broedt in vrijwel geheel Europa, maar niet op IJsland.
    Neemt als broedvogel en als overwinteraar vanaf 1990 gestaag in aantal af, een afname die de laatste jaren zich zelfs heeft versneld. Vrij schaarse broedvogel (ca. 6500 broedparen), is het jaarrond aanwezig. De Torenvalk is een doortrekker en wintergast in vrij klein aantal. In de winterperiode blijft het mannetje in de buurt van het nest. Noordelijke broedgebieden worden in de herfst verlaten, vooral in september en oktober, jonge vogels al vanaf augustus. Trekken ook naar Nederland. Onze broedvogels zijn grotendeels standvogels.

    Biotoop

    Overal in open en halfopen land te vinden, zowel in boerenland als natuurgebieden, vooral als er veel muizen zijn. Vaak bij dijken en brede wegbermen, ook langs snelwegen. Broedt in nestkasten, solitaire bomen en aan de rand van bos en bosjes. Zelden op de grond.
    Boerenland met veel (kort) grasland, heide, hoogvenen, open duin en duinvalleien, akkers, soms ook in de stad.

    Voedsel

    Gespecialiseerd op kleine zoogdieren, vooral woelmuizen (zoals veldmuis, aardmuis, noordse woelmuis). Ook wel zangvogels van open land, kuikens van weidevogels, grote insecten (kevers, sprinkhanen e.d.), vooral als er geen muizen zijn.

    Voortplanting

    Territoriaal, maar kan in kolonies broeden (vroeger ook in Nederland). Bouwt zelf geen nest. Broedt in oud kraaiennest, in Nederland tegenwoordig vooral in speciale open of halfopen torenvalkkasten. Ook in nissen in gebouwen en in het buitenland op rotsrichels en in rotsspleten. Eén legsel, zeer zelden twee; meestal 4-6 eieren. Het legsel bestaat uit vier tot negen witte, rode of geelgrijze eieren. Broedtijd april-juli. Broedduur 27-31 dagen, begint na leg eerste ei. Alleen het vrouwtje broedt. Jongen vliegvlug na 27-35 dagen, worden vaak nog wekenlang gevoerd.

    Bedreiging

    Het gaat niet goed met de Torenvalk in Nederland, daarom is de soort in 2017 op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels terecht gekomen. Afname van de laatste decennia wordt geweten aan de intensivering van het agrarisch gebruik van graslanden, waardoor er over het algemeen veel minder veldmuizen in voorkomen. Echter het aanbod aan muizen neemt ook al lange tijd af, door verruiging en begrazing van o.a. duinen en kwelders en door het omzetten van het muizenrijkere grasland naar akkerland. In bijzondere gevallen is er nog sprake van een muizenplaag en de hiermee tijdelijke gepaard gaande opleving van de stand (zoals in 2014).
    Het plaatsen van nestkasten helpt de Torenvalk, net als het vergroten van het voedselaanbod (muizen) door extensief beheerd grasland of bouwland.
    Neemt in aantal af. Deels komt dit door gebrek aan nestgelegenheid, wat is op te lossen met het aanbieden van geschikte nestkasten.

    Bronvermelding: Vogelbescherming Nederland