• Steenuil

    STEENUIL - ATHENE NOCTUA

    De Steenuil is de kleinste onder onze uilen (22 cm). De helder citroengele ogen met de donkere pupil en de afgeplatte kop geven hem een fel en streng uiterlijk. Het verenkleed is van boven bruin met op de kop enige witte vlekken. De onderzijde is licht gekleurd met donkere vlekken. De staart is bruin en heeft een aantal witte dwarsbanden. De vleugelspanwijdte bedraagt 55-60 cm. Het gewicht van het mannetje is gemiddeld 180 gram en van het wijfje 200 gram.

    Gedrag

    De Steenuil is veel minder nachtvogel dan de andere uilen. Overdag zit hij vaak te zonnen en wanneer het nog licht is, gaat hij al op jacht. De Steenuil is een zeer levendige vogel. Komisch zijn de bewegingen van de Steenuil als hij verontrust is. Om ons en andere belagers, zoals marters en eekhoorns, schrik aan te jagen, kijkt hij ons recht in de ogen en maakt dan snelle buigingen door zich hoog op te richten en dan weer snel ineen te duiken. Komen we nog dichter bij dan vliegt hij in golvende vlucht weg net als spechten dat doen. De territoriumroep, die men al in de winter kan horen is langgerekt en iets oplopend: "kuuup". Wanneer de uil opgewonden raakt, laat hij een blaffend "kjé-kjé-kjé-kjé" horen.

    Verspreiding

    Steenuilen zijn met ca. 6500 broedparen, vrij talrijke broedvogels in Nederland. Ze zijn het hele jaarrond aanwezig. De Steenuil komt in geheel West-Europa en de landen om de Middellandse Zee voor. Sinds de jaren zeventig is het aantal broedparen van de Steenuil sterk achteruitgegaan (meer dan 50%). In het rivierengebied is ruim 30% van de Nederlandse populatie gehuisvest. In de noordelijke kleigebieden, waar de uil - in tegenstelling tot de rest van Nederland - broedt in boerderijen en schuren in het open agrarisch land, komt de Steenuil weinig voor.

    Biotoop

    De Steenuil is een vogel van het kleinschalig agrarisch cultuurlandschap met houtwallen en korte vegetatie. Belangrijk is dat er voldoende broedgelegenheid en een goede voedselsituatie aanwezig is. De Steenuil nestelt in boomholten (vooral knotwilg), onder rieten daken, in nissen van muren, in schoorstenen, in schuren en andere gebouwen en/of in grondholen. Steenuilen zijn vogels die voornamelijk te vinden zijn op het boerenerf. Vooral erven die niet netjes zijn opgeruimd.

    Voedsel

    De Steenuil jaagt meestal vanaf een vaste uitkijkpost, evenals de Bosuil. Daarnaast jaagt hij in een lage vlucht, soms even “biddend” als een torenvalk. Ook jaagt hij soms te voet: de uil zoekt de grond af naar insecten, als wormen, mestkevers, snuitkevers, meikevers en andere kleine dieren. Van de muizen is de veldmuis een belangrijke prooi voor de Steenuil. Bij een tekort aan muizen wordt het menu aangevuld met kleine vogels.

    Voortplanting

    Steenuilen zijn geslachtsrijp tegen het einde van het eerste levensjaar. Van april tot juni worden 3 tot 7 eieren gelegd. Het wijfje broedt alleen en zit zeer vast op de eieren. Na ongeveer vier weken komen de eieren uit en ruim 30 dagen later verlaten de jongen de broedholte. Een week later kunnen ze vliegen. Daarna zwerven de jonge vogels uit en zoeken op geringe afstand van hun geboorteplaats een eigen territorium. De sterfte onder de jongen in het eerste jaar is hoog, n.l. 70%. De oudste bekende uil is 15 jaar geworden.

    Bedreiging

    De Steenuil staat op de rode lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland. De afname van het aantal broedparen van deze kleine uil, sinds de jaren zeventig, bedraagt meer dan 50%. In het noorden van ons land is de vogel met 80% achteruitgegaan. De Steenuil staat op de eerste plaats van de “top twintig” van de verkeersslachtoffers. Het verdwijnen van hoogstamvruchtbomen en oude knotwilgen en de intensivering van de landbouw hebben geleid tot grote veranderingen in de biotoop van de Steenuil. Op het boerenerf vormen honden en katten een bedreiging, maar ook is verdrinking (drinkbakken) een groot probleem. Hiervoor zijn speciale Steenuil vriendelijke drinkbakken verkrijgbaar (info bij je plaatselijke uilenwerkgroep).
    Van groot belang is het scheppen van nieuwe, natuurlijke broedplaatsen in geschikte biotopen voor de Steenuil. Met het aanbieden van nestkasten kan de Steenuil direct geholpen worden. De laatste jaren is er een toenemende predatie door steenmarters.

    Bronvermelding: Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland