• << Terug

    Vlinderjaar 2020: geen goed jaar, maar . . . .

    Door Ruud van Cuijk, 2020-12-31 10:52:58, gewijzigd door Ruud van Cuijk op 2020-12-31 10:55:46
    WEL EEN MET LICHTPUNTJES. 31-DEC-2020 - Het gaat richting jaarwisseling en dat is het moment om terug te kijken. Hoe ging het in 2020 met de dagvlinders? De aanhoudende droogte heeft voor een aantal soorten geleid tot een nog sterkere achteruitgang, maar er zijn ook vlinders die juist van de droogte profiteren. Over het geheel genomen was 2020 geen goed vlinderjaar. De Vlinderstichting

    Als we de grafiek van het gemiddelde aantal vlinders per telling bekijken, zien we dat er in 2020 perioden waren waarin er meer vlinders werden geteld dan normaal, bijvoorbeeld in april en september. Vooral in de van oudsher vlindertoptijd juli en augustus was het echter dramatisch en werd er een kwart minder vlinders geteld.

    Aantal dagvlinders (alle soorten) per telling. Blauw: 1990-2019; rood: 2020 (Bron: meetnet vlinders)

    De heivlinder had een slecht jaar in 2020 (Bron: grafiek: meetnet vlinders; foto: Kars Veling)

    We kijken nu naar de ‘kale’ gegevens uit de routes die in het kader van het meetnet worden geteld. Over een paar maanden, als het CBS de gegevens heeft verwerkt, zullen we de echte trends weten. De vlinders van de heide hebben het opnieuw heel moeilijk gehad. Vanaf 2018, toen het ook al erg droog en heet was, zien we soorten als kommavlinder en heivlinder het erg slecht doen, vooral op de binnenlandse vliegplaatsen. In de duinen gaat het minder slecht. Een andere soort waarover we ons grote zorgen maken is het donker pimpernelblauwtje (leadfoto). Door fouten in het beheer van de enige vliegplaats van deze Europees beschermde vlinder heeft deze zich waarschijnlijk nauwelijks kunnen voortplanten. Het is onzeker of, en zo ja hoeveel, er volgend jaar nog aanwezig zullen zijn. Ook voor een heel algemene soort, de kleine vos, was 2020 opnieuw een erg slecht jaar. Vooral in het oosten en zuiden van het land werden er maar heel weinig gezien.

    De kleine vos had wederom een slecht jaar, vooral in het oosten en zuiden (Bron: Kars Veling)

    De verovering van Nederland door het scheefbloemwitje, jaar van verschijnen per gemeente (Bron: kaartje NDFF; foto: Annette van Berkel) )

    Toch was er ook positief nieuws. Vlinders als bruin blauwtje en kleine parelmoervlinder houden wel van droogte en warmte en deze soorten hebben goed gevlogen. De kleine parelmoervlinder deed het vooral erg goed in het binnenland. In de duinen, waar de soort altijd aanwezig is geweest, gaat het juist minder. De grote vos lijkt helemaal terug van weggeweest. Hij is overal in het land gezien en lijkt zich echt weer te vestigen. Ook de iepenpage is aan een opmars bezig. Er is nu ook een eitje gevonden in Flevoland, dus ook daar plant deze page zich nu al voort. In Limburg was een melding van een paarse parelmoervlinder en wie weet dat ook deze soort zich de komende jaren in ons land gaat vestigen. Het scheefbloemwitje heeft dat al gedaan en na de eerste meldingen in 2015 is er zelfs op de Wadden al eentje waargenomen. Op het kaartje zie je hoe snel de verovering van Nederland is gegaan. Dit komt helemaal overeen met hoe de soort hier binnen een paar jaar vanuit de Alpen terechtkwam.

    Het bruin blauwtje vloog goed in 2020 (Bron: Kars Veling)

    Het meetnet vlinders is een onderdeel van het Landelijk Meetprogramma Vlinders dat wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van LNV en onderdeel is van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM).

    Tekst: Kars Veling, De Vlinderstichting
    Foto’s: Kars Veling (leadfoto: donker pimpernelblauwtje); Annette van Berkel
    Kaartje: NDFF
    Grafieken: Meetnet vlinders