• Bosuil

    BOSUIL - STRIX ALUCO

    Opvallend is de grote ronde kop zonder oorpluimen en zijn gedrongen lichaam. De ogen zijn groot en donkerbruin. De vleugels zijn breed en afgerond en lijken in de vlucht korter dan ze in werkelijkheid zijn. De spanwijdte bedraagt bijna één meter (wijfjes 98 cm en mannetjes 93 cm). De kleur van de vleugels varieert van grijs tot roodbruin met opvallende donkere lengtestrepen en lichtere dwarsstrepen. Het mannetje is meestal iets kleiner dan het vrouwtje (resp. 40 en 42 cm). Het gewicht schommelt in de loop van het jaar tussen 300 en 800 gram. Het gemiddelde gewicht van het wijfje is 560 gram en van het mannetje 440 gram.

    Gedrag

    De Bosuil is over het algemeen 's nachts actief. Overdag roest de uil op een beschutte plaats, dicht tegen de stam gedrukt of in een holte van een boom of een gebouw. De Bosuil zit in het voorjaar graag in de zon. Wordt hij overdag door zangvogels ontdekt, dan is het gedaan met zijn rust. De vogels vliegen alarmerend over hem heen. Meestal blijft hij dan rustig zitten, maar als het hem teveel wordt, verdwijnt hij en zoekt een rustiger plek op. In de broedtijd kan het normaal rustige gedrag van de Bosuil plotseling veranderen. Hij kan dan agressief worden tegen elke indringer die zich te dicht bij het nest waagt. De individuele verschillen zijn echter groot. Zo zal de ene uil nooit een mens aanvallen, terwijl een andere dat wel zal doen. De aanvallen richten zich bij de mens altijd op het hoofd: de uil scheert over het hoofd van de "indringer" en slaat razendsnel de klauwen uit. Echte verwondingen zijn een grote uitzondering en treden slechts op als men zich vlak onder het nest bevind. Door de bossen klinkt het geluid van de Bosuil luid en ver. Het gehele jaar kan de roep worden gehoord, maar vooral in de herfst en in het voorjaar. In de herfst bakent het mannetje zijn territorium reeds af door zich luid te laten horen. Het is het bekendste geluid: "Oeoeh-oe. Hoe-oe. Oe.oe.oe. Oeh." Het wijfje reageert daarop met een "kuwiet".

    Verspreiding

    De Bosuil is in Nederland een vrij schaarse broedvogel (ca. 5500 broedparen) en het hele jaarrond aanwezig. In een groot deel van Europa de meest bekende uil. Hij ontbreekt alleen in IJsland, Ierland en in Noord-Europa. In Nederland komt de Bosuil veelvuldig voor in Gelderland, Overijssel, Utrecht en Noord Brabant. In het noorden is hij zeldzamer en hij ontbreekt op de Waddeneilanden.

    Biotoop

    De Bosuil komt vooral voor in loofbossen en gemengde bossen met een goede ondergroei en met open gedeelten. Maar hij komt ook voor in open parkachtige landschappen, kerkhoven, parken en zelfs in oude boomsingels. Een voorwaarde is dat er voldoende broedmogelijkheden aanwezig zijn. Bij het ontbreken van holle bomen wordt gebroed in oude nesten, nestkasten en in gebouwen. De gemiddelde grootte van het territorium is 20-30 ha.

    Voedsel

    De Bosuil jaagt vaak vanaf een vaste zitplaats, vanwaar hij een goed overzicht heeft over het terrein. Het menu van de Bosuil is zeer gevarieerd en bestaat uit kleine zoogdieren, vogels, kikkers, padden, wormen, slakken en insecten. Het aandeel vogels kan sterk variëren van 14% in bosgebieden tot 90% in stadsparken.

    Voortplanting

    Bosuilen zijn in hun eerste levensjaar al geslachtsrijp. In tegenstelling tot de Kerkuil bepaalt het wijfje van de Bosuil de broedplaats. Jaarlijks wordt er één keer gebroed en bij een slechte voedselsituatie wordt het broedseizoen overgeslagen. Bij gunstige weersomstandigheden kan in februari al met de leg worden begonnen. Er worden 2 tot 6 eieren gelegd. Een pas uit het ei gekropen jong weegt 28 gram. De jongen verlaten na 4 tot 5 weken het nest. Ze kunnen dan nog niet vliegen, maar klauteren en fladderen in bomen. Uitgevlogen jongen zoeken in de omgeving een territorium en blijven daar hun leven lang. De sterfte na het uitvliegen is hoog (50%) met als belangrijkste oorzaak het verkeer. Bosuilen kunnen wel 16 jaar oud worden. In gevangenschap is een uil 27 jaar geworden.

    Bedreiging

    Door zijn grote aanpassingsvermogen, zowel qua voedsel- als broedplaatskeuze, is de Bosuil niet bedreigd. Ondanks het hoge aantal verkeersslachtoffers neemt de Bosuil in aantal toe en vindt er uitbreiding naar het noorden plaats. Bij gebrek aan natuurlijke broedholtes kunnen in geschikte gebieden nestkasten worden opgehangen.

    Bronvermelding: Stichting Kerkuilenwerkgroep Nederland